Een onverwachte liefde in Mariënburg

Het begon eigenlijk heel gewoon. Een hernieuwde ontmoeting met een oude vriendin, een telefoontje, en een zenuwslopend sollicitatiegesprek. Maar voor Uschi (83) en Fokko (81) bleek het het begin van iets groters. Veel groters.

Van kerk naar Mariënburg

Jarenlang werkte Uschi samen met Carolien in de kerk van Baarn. Ze kenden elkaar goed. Het vrijwilligerswerk stopte en ze verloren elkaar een tijdje uit het oog. Een aantal jaren laten ontmoetten de twee elkaar weer. Carolien vertelde dat ze als zij-instromer de overstap had gemaakt naar de zorg. “Carolien zei tegen me: misschien is vrijwilligerswerk in Mariënburg iets voor jou. Ik dacht eerst: nou, ik ben 79, wie zit daar nog op te wachten? Maar Carolien bleef aandringen.” Uschi lacht.

“Ik zei aarzelend ja. Een dag later werd ik al gebeld, en nog een dag daarna zat ik bloednerveus tegenover Lisa, de coördinator vrijwilligers. Ik dacht: die zal me wel uitlachen om mijn leeftijd. Maar Lisa was alleen maar enthousiast. Nog diezelfde week kon ik beginnen.” Ze vond er haar plek. Eerst voorzichtig, op de dagen dat Carolien er ook was. “Ik was eigenlijk best verlegen. Ik kende de weg niet, had iemand nodig die me een beetje opving. Samen met Carolien deed ik van alles: wandelen met bewoners, nagels lakken, spelletjes. Ik voelde me steeds meer thuis.”

Een man in de gang

En toen gebeurde het. “Op een dag liep ik met Carolien over de derde verdieping,” vertelt Uschi. “En daar kwam ineens een man uit de woonkamer. Groot, vriendelijk, een beetje verlegen. Ik kreeg een kriebel in mijn buik. Ik dacht: jee… wie ís dat?” Die man was Fokko. Hij was sinds kort vrijwilliger, maar droeg een heel ander verhaal met zich mee. Hij had zijn vrouw verloren, met wie hij 52 jaar getrouwd was geweest. Vijftien jaar lang had hij voor haar gezorgd, dag en nacht. Voor Fokko was liefde iets uit het verleden.

Fokko: “Ik had helemaal geen zin meer in een relatie. Ik dacht: ik heb mijn leven gehad. Nog een vrouw? Nee hoor.” Maar voor Uschi was het liefde op het eerste gezicht. Ze besloot het lot een handje te helpen. Ze zocht contactmomenten, nodigde hem uit voor activiteiten en gaf hem hapjes tijdens een thema-avond. “Ik deed mijn best, maar er kwam niks terug,” vertelt ze lachend. “We zouden samen meegaan op een boottocht. Ik trok de stoute schoenen aan, ging naar hem toe en gaf hem mijn telefoonnummer. Om samen het een en ander af te stemmen over die bewuste boottocht. Voor mij een kans voor weer een contactmoment. En gelukkig… toen ging het balletje rollen.”

Een zoen in de lift

Het was niet meteen vanzelfsprekend. Fokko nodigde Uschi uit voor een kopje koffie bij hem thuis. Uschi was bloednerveus. Fokko zat nog met zijn hoofd in het rouwproces, Uschi wist niet goed hoe ze zich moest opstellen. Maar langzaam kwam er meer lucht. Na het kopje koffie stapten ze samen in de lift om naar Mariënburg te gaan. Toen ze samen de lift uitstapten, gaf Uschi hem een zoen op zijn wang. Ik dacht: “ik doe het gewoon. Die avond kreeg ik een berichtje: of ik misschien een keer mosselen wilde eten. Toen wist ik: het is goed.” Sinds die dag, nu ruim twee jaar geleden, zijn ze onafscheidelijk.

Vrijwilligers met een missie

Hun liefde bloeide op tussen de bewoners en collega’s van Mariënburg. “Iedereen hier weet het,” zegt Fokko. “Als ik ergens binnenkom, vragen ze: waar is Uschi?” Samen draaien ze inmiddels elke week mee in de activiteiten. Ze zijn overal inzetbaar. Fokko, ooit te verlegen om zijn mond open te doen, staat nu voor een volle zaal. “Ik draai de bingo en doe soms het welkomstpraatje. Dat had ik vroeger nooit gekund. Ik had totaal geen zelfvertrouwen. Maar door Uschi en door de collega’s die me steeds complimenten geven, ben ik veranderd. Ik voel me sterker. Ik heb eigenwaarde gekregen.” Uschi knikt trots. “Hij hoort er helemaal bij. En dat zien bewoners en medewerkers ook. Hij is echt gegroeid.”

Meer dan vrijwilligerswerk

Voor beiden is Mariënburg meer dan een plek waar je ‘iets terugdoet’. Het is een bron van voldoening. Fokko: “De gezichten van bewoners als je binnenkomt… dat vergeet ik nooit. Ze herkennen ons misschien niet altijd bij naam, maar wel van gezicht. Je ziet ze opklaren. Dat geeft zoveel energie.” Uschi vult aan: “Veel mensen denken dat vrijwilligerswerk in een verpleeghuis zwaar of somber is. Maar dat klopt niet. Hier zie je juist blijdschap, dankbaarheid, warmte. Ik krijg er zoveel voor terug.”

Mariënburg is meer dan een plek waar je ‘iets terugdoet’. Het is een bron van voldoening.

Hun eigen leven

Samenwonen doen ze niet. Uschi woont in Bilthoven, Fokko in een appartement naast Mariënburg. Ze zijn vaak samen, doordeweeks, in het weekend, of op vakantie, maar houden ook ruimte voor zichzelf. “Ik heb ook mijn eigen leven,” zegt Uschi. “Ik bridge, ik geef les, ik lunch met vriendinnen. En Fokko geniet ook van zijn rustmomenten.” Hun kinderen en kleinkinderen hebben hun relatie omarmd. Uschi werd al jong weduwe, haar kleinkinderen hebben hun opa nooit gekend.

Toen haar jongste kleindochter Fokko ontmoette, zei ze: “Nu heb ik eindelijk een opa.” Fokko heeft twee dochters. Ook zij hebben Uschi helemaal geaccepteerd. Wel vinden ze het soms moeilijk als Fokko op reis is op voor hen belangrijke dagen, zoals met Kerstmis. Fokko en Uschi hebben daar wel begrip voor, maar zijn ook stellig: “Op onze leeftijd is het niet vanzelfsprekend dat je dit allemaal nog meemaakt en we kiezen voor ons geluk. Ook als dat voor anderen soms lastig is.”

Voorbestemd

Ze reizen, lachen, maken plannen en zetten zich elke week opnieuw in voor de bewoners van Mariënburg. En bovenal: ze koesteren dat ze elkaar nog hebben gevonden. “Het is voorbestemd,” zegt Fokko. “Dat kan niet anders.” Uschi glimlacht en knikt. “Het leven verrast je, zelfs als je het niet meer verwacht.”