Van appeltaart tot saté: bewoner Janniek blijft koken
Van appeltaart tot saté: bewoner Janniek blijft koken
Het gewone leven leiden. Voor Janniek van Walsum betekent dat: koken. Op de woongroep in Lisidunahof en in de keuken van ’t Hamersveld, waar hij meedraait en helpt met de lunch voor bewoners. In de keuken is hij op zijn plek. Gisteren nog stond Janniek in de keuken.
We hadden zin in appeltaart,” zegt hij. “En dan ga ik helpen. Dan schillen we samen de appels en zoeken we de spullen bij elkaar.”
“Hij is al op,” lacht hij.
Rust, ritme en koken met plezier
Janniek woont inmiddels zo’n anderhalf jaar op woongroep Bantuin van Lisidunahof in Leusden. Thuis werd het leven op een gegeven moment te druk. Een omgeving met minder prikkels en meer structuur bleek beter te passen. Hier is meer rust en duidelijkheid, en dat helpt hem in het dagelijks leven. Drie keer per maand gaat hij naar ’t Hamersveld, waar hij meedraait in de keuken en helpt met de lunch voor bewoners.
Thuis werd er veel gekookt. Hij en zijn vrouw Gertie wisselden dat af. “Als ik bij hem was, kookte hij. En als hij bij mij was, kookte ik,” zegt ze. Later, toen ze samen in een huis woonden, nam zij het vaker over. “Ik werkte niet en hij wel, dus dan stond ik in de keuken. En als hij thuiskwam, zei hij: het ruikt lekker.”
Samen koken hoort bij wie ze zijn
“Indisch eten, dat vind ik het lekkerst,” zegt Janniek. “Veel knoflook, uitjes en sambal.” Voor Gertie hoort koken bij hoe ze samen leefden. “We deden dat altijd,” zegt ze. “Samen eten, samen koken, dat was gewoon ons ritme.”
Ook nu nog is dat een belangrijk onderdeel van hoe ze naar het leven kijken. Janniek: “Weet je nog dat we voor de personeelsvereniging kookten?”
“Voor tachtig man, geloof ik,” zegt hij. “We hadden rijst van de Chinees en de rest maakten we zelf. Kippenpootjes, kerriesaus. Heel veel sambal.”
Ook op zijn woongroep was Janniek in het begin vaak in de keuken te vinden. Daar kookte hij samen met een vrijwilliger voor een klein groepje bewoners. Toen dat stopte, werd er gezocht naar een andere plek waar hij kon blijven koken. Zo kwam hij bij ’t Hamersveld terecht. Daar kan hij die rol weer oppakken, maar dan in een andere vorm.
Drie keer per maand helemaal in zijn element
Drie keer per maand gaat Janniek naar ’t Hamersveld. Hij wordt opgehaald door Automaatje en rond tien uur staat hij in de keuken, samen met chef-kok Nick. “We maken soep voor de lunch en bereiden het vlees voor de avond,” zegt hij. Op het fornuis staan meerdere pannen tegelijk. “Soms maak ik wel drie soepjes.”
Nick geeft aan welke kruiden er in de gerechten moeten en houdt het overzicht, maar laat Janniek ook zijn gang gaan. “Maar soms maak ik ook mijn eigen recept,” zegt Janniek. Zo maakte hij een keer saté. Nick keek er wel even van op toen hij jus d’orange gebruikte voor de marinade. “Maar ik zei: dat doen we thuis altijd zo.”
Hij helpt met het uitpakken van de boodschappen, zet alles in de koeling en doet de afwas. “Zo vliegt de tijd eigenlijk om.” Na afloop van zijn shift schuift Janniek zelf ook aan voor de lunch.
‘Je bent gewoon lekker bezig,’ zegt hij. ‘En je kan voor de mensen iets betekenen.’
Het werken in de keuken doet Janniek goed. Hij heeft er een vast moment in de week, iets om naar uit te kijken. “Je bent gewoon lekker bezig,” zegt hij. “En je kan voor de mensen iets betekenen.” Ook op zijn eigen afdeling helpt hij mee, bijvoorbeeld met brood smeren.
Blijven doen waar je plezier in hebt
Voor Gertie is het waardevol om te zien dat Janniek kan blijven doen waar hij plezier in heeft. “Sinds hij hier woont, heeft hij weer meer ritme. Dat doet hem goed.” Het valt haar niet mee om niet meer altijd bij elkaar te zijn. “Maar ik zeg altijd: van alles kunnen ze van ons afpakken, ons houden van elkaar kunnen ze ons niet afnemen. Dat blijft altijd.”